zondag 19 juni 2011

Grote Belt en Guldborgsund


Grote en kleine vissers op Omø

Een zesde verhaal uit de serie "naar de Oostzee" uit onze vakantie 2010.
Voor deel 5 zie Noordkust Sjælland


Van Odden Havn naar Nysted, week 6 uit onze vakantie 2010

In deel 5 omschreef ik het passeren van Sjællands Rev. Daarna kwamen we in het ruime water van de Grote Belt. Hier kan de zee bij harde wind flink opbouwen. Wij zijn in 2005 al een keer gekeerd omdat we hier niet tegen de golf inkwamen. Ook de grote scheepvaart vraagt hier om aandacht. Door de Grote Belt loopt een drukke scheepvaartroute. De vaargeul voor de grote jongens is echter maar smal. Je bent er zo overheen. Ten zuiden van de Grote Beltbrug splitst de vaarroute zich in een diepe en een minder diepe route. Goed opletten en haaks kruisen.
Ten noorden van de brug heb je ook nog te maken met de veerdiensten. Tussen Sjælland (Sjællands Odde en Kalundborg) en Jutland (Århus en Ebeltoft) varen veel boten, waaronder snelle catamarans.


Grote scheepvaart in de Grote Belt

Wij kozen voor een oversteek van Sjælland naar Samsø. Daarbij legden wij op zaterdag aan in de haven van Ballen. Helemaal mis! Door het weekeinde en het mooie weer overvol. We lagen zeven dik gestapeld. Een volgende keer kiezen we de natuurhaven van Langør. Vanaf Samsø kan gekozen worden voor een tocht door de Kleine Belt of door de Grote Belt. Wij zijn langs Kerteminde en Nyborg gevaren. Daarover meer in de beschrijving van de oostkust van Fünen.
Aan de oostzijde van de Grote Belt liggen enkele mooie eilanden waar je geweest moet zijn. In 2010 hebben we Agersø aangedaan, in 2006 Omø. Vooral Omø is een bezoek waard. Voor veel Deense havens geldt: wees op tijd in de haven want ze liggen gauw vol. De Denen zijn vroege vogels.


Vissershaven Omø


Op Omø

Ik wilde, ter afwisseling, de Guldborgsund door varen om naar het zuiden af te zakken. Vanaf Agersø zetten we koers naar Kragenæs om een dag later langs Fejø en Femø de Guldborgsund te bereiken. Hier is het goed tonnen volgen. En zelfs in de betonde route wordt je soms gehinderd door plantenresten. In 2006 heb ik mijn schroef al eens moeten schonen van het harde gras. De haven van Kragenæs is eenvoudig maar de voorzieningen zijn tip-top. Het voorzieningengebouw staat er ook voor de camping. In 2006 hebben we hier de boot een week achter moeten laten laten door een sterfgeval in Nederland. Gelukkig is het openbaar vervoer in Denemarken goed geregeld. Ook de bussen vanuit Kragenæs.


In Kragenæs vertrekt de pont naar Femø.

De Guldborgsund is smal vaarwater. Vooral ten zuiden van Nykøbing (Falster) is het een kronkelende geul met vele ondieptes. De kaart geeft een diepte aan van 2,10 m. Het is hier en daar minder! Wij hebben 1,80 gemeten. Je moet hier met een diepgaand schip heel nauwkeurig de soms éénzijdig aangegeven vaargeul volgen. De stroom zet je dan ook nog eens weg. Er kan door de Goldburgsund een stroom van 2 knopen staan. Maar het heeft wel wat. De natuur is mooi. Wij zijn blijven liggen in Guldborg. Ik denk dat Nykøbing (Falster) interressanter is. De brug bij Guldborg opent direct. De Klapbrug bij Nykøbing (Falster) opent naar treingebruik. Zie hiervoor de Pilot. De brugwachter vraagt hier goed aan te sluiten. Hij houdt de brug maar beperkt open.


De haven en de brug bij Guldborg.

Komende uit het noorden vanuit kan je kiezen voor twee havens. De bekende veerhaven Gedser en het enigzins verstopte Nysted. Kies eens voor Nysted. Met het zicht op het slot aan de ene zijde en op de plaats met kerktoren aan de andere zijde lig je hier erg mooi. Nysted zelf is stil, maar in de haven is altijd wat te doen. Zelfs de "bruine vloot" legt hier aan!


Nysted


Zicht op slot Ålholm in Nysted

Vanuit Nysted is de Ecklenburger Bucht over te steken naar Mecklenburg. Daarover meer in deel 7. Nysted-Kiel


Windmolens voor de kust van Nysted. Bijzonder: Er is een vaarroute door het park, aangegeven met groene en rode stippen op de molens.....

vrijdag 17 juni 2011

Noordkust Sjælland met de Isefjord en de Roskildefjord


De Isefjord bij Lynæs

Een vijfde verhaal uit de serie `naar de Oostzee`uit de vakantie 2010.
Voor deel 4 zie Ystad-Snekkersten


Van Snekkersten naar Odden Havn, week 5 uit onze vakantie 2010.

De noordkust van Sjælland is aan open zee. En ook op het Kattegat kan het bij slecht weer spoken. Langs de kust vind je wel op aangename afstanden de havens van Gilleleje, Hundested en Odden Havn. Behalve een enkele ondiepte geen problematische kust, behalve één stuk: Sjællands Rev! Daarover later meer.


De hoge kust van Sjælland, hier bij Hundested.

Wij kwamen uit de Øresund en wilden van Snekkersten tot Gilleleje varen. Aanvankelijk met windstilte, maar geleidelijk met een zeewind die van een motortocht een prachtige zeiltocht maakte. We hebben Gilleleje daarom links laten liggen en zijn doorgevaren tot in de Isefjord. Aan de toegang tot de fjord ligt Hundested. Hundested is een vrij druk toeristisch vissersdorp. De haven is niet groot. Wij kozen voor de rustige en ruime marina van Lynæs. Lynæs is een uitstekend uitgangspunt voor een vaartocht richting Roskilde of Holbæk.


De ingang van de Roskildefjord, gezien vanuit de haven van Lynæs.

Roskilde is een must voor elke schipper vanwege het Vikingschipmuseum. Wij kozen voor een zeiltocht naar Holbæk. In de Roskildefjord moet je door een nauwe vaargeul varen, in de Isefjord heb je ruim water. En Roskilde is vanuit Holbæk ook per trein te bereiken. Achteraf zouden we voor Roskilde kiezen. Het is een mooie stad. Holbæk viel tegen. Maar voor wie Holbæk aandoet: Kies voor de haven in de plaats zelf. De marina ligt ver van alle voorzieningen.


Vikingschepen in Roskilde.

De omgeving van beiden fjorden nodigt ook uit voor fietstochten. Plan hier niet te strak en geniet van de omgeving!


Het mooie landschap langs de Roskildefjord.

Voor het vervolg van ons rondje Sjælland hebben we Odden Havn aangedaan om daarna de "NW kaap" van Sjælland te ronden, een verhaal apart.
Voor wie van verse vis houdt: naar Odden Havn! Direct naast de jachthaven is een vishandel waar de vis zo uit de boot op de toonbank terecht komt. Heerlijk...


Odden Havn

Dan Sjællands Rev, een landtong onder water. Tussen het land van Odden en het licht Sjællands Rev-N ligt een lint van stenen net onder het wateroppervlak. Bij windstilte zie je het nauwelijks, bij golfslag ontstaat hier branding. De stromingen en de golven in de Grote Belt en in het Kattegat treffen elkaar op het rif. Het resultaat is een onstuimige zee. Wij passeerden het gaatje in het midden van het rif, het Snekkeløb, bij 3-4 Bft. Het had niet harder moeten waaien! De kleine tonnen waren nauwelijks te vinden. Gelukkig had ik ze in de GPS gezet. Bij de tocht van de oostelijke naar de westelijke ton navigeerde ik geheel op de GPS. Zonder koerscorrectie zet de stroom je zo op de klippen! Bij 5 Bft of harder: Beslist niet doen.


Kaart Sjællands Rev

Daarnaast valt het hele gebied van Sjællands Rev in een schietgebied. Gelukkig hadden de kanonnen tijdens onze passage vakantie. Want een tocht om het schietgebied heen is een behoorlijk stuk om. Al met al werd het ronden van deze noordwestelijke punt van Sjælland een klein avontuur in een overigens rustige zomertocht.

Voor het vervolg zie: Odden Havn-Nysted


Avondrust in Holbæk

maandag 13 juni 2011

Anker bergen

Ons schip is voorzien van een 20 kg zwaar Poolanker. Voor een 9,50 m lange boot een loeder van een anker. Gezien de waterverplaatsing van 12 m3 normaal.
Het anker hangt aan een ankerketting en wordt met een ankerlier uitgezet en gelicht. Het anker werd "vast" geborgen door een verbreding op de ankerschacht. Het zat daardoor klem in het ankerkluisgat. De stand van de ankervloeien werd met een borgpen gefixeerd.


Allemaal prima, totdat we in de golven kwamen. De boeg van het schip duikt door het hoge scheepsgewicht diep de golf in. De golf slaat tegen de plaat van het anker. Daardoor draait het anker in het kluisgat en komt de punt van één van de vloeien tegen de scheepswand. Na een eerste tocht op ruim water gelijk maar een bandje achter het anker bevestigd. Door het bandje werd de lastige borgpen ook overbodig.


Het bandje hielp onvoldoende. Dan maar twee bandjes. Geen gezicht en nog niet genoeg.....


Ik kreeg ook de indruk dat de klap van de golf de boot afremde. En alleen het geluid al.... het anker moest elders geborgen worden!

In de winter van 2011 had ik de kluiverboom verwijderd. De boom werd niet gebruikt en stond in de haven hinderlijk in de weg. Als proef maar een jaartje zonder. En als de kluiverboom terugkomt wordt het een aluminium boom. Ik heb daarom, ook als proef, de oude houten boom "misbruikt" als ankerberging.


Het anker moet nu met de hand over de ankerrol gehangen worden. Dat is zwaar, maar het kan. Een voordeel is de plaats van de ankerrol aan de voorzijde van het schip. In de oude situatie kwam de ketting tegen de steven als het schip voor anker gierde in de wind.

Of dit blijvend is? We kijken het eerst even aan. Terugbrengen naar de oude situatie kan altijd. Ik denk dat een zwaar poolanker het beste in een ankernis in de scheepswand geborgen kan worden. Maar dat zie ik op ons schip niet gebeuren.

Kompas "stellen"

Een kompas op een stalen schip moet gecorrigeerd zijn. Elk schip heeft invloed op het kompas (de deviatie). Bij polyester schepen is dat gering, bij stalen schepen aanzienlijk. Zie ook Wikipedia. Ik had er bij de aankoop van onze motorsailer niet bij stil gestaan. Totdat bij de eerste vaartocht op het Ketelmeer de Ketelbrug niet meer in het westen en Kampen niet meer in het oosten lag ..... Het kompas had een afwijking van meer dan 20°. Dat is niet werkbaar.


Ons Plastimo kompas op de stuurconsole.

Ik ben daarna eerst maar eens op een windstille dag het meer opgevaren. Ik heb gemeten wat de afwijking was in alle richtingen. Ik gebruikte daarvoor de Garmin GPS76 die een kompasroos heeft. Natuurlijk geen betrouwbare meting maar het geeft voldoende inzicht.
En wat bleek? De afwijking was maximaal in oostelijke en westelijke richting en nagenoeg 0 in noordelijke en zuidelijke richting. De afwijking in oostelijke en westelijke richting was exact gelijk. Dat lijkt verklaarbaar, het kompas staat in de as van het schip. Dat moest makkelijk te compenseren zijn, maar waarmee? Ik had een paar kleine magneetjes, uit de elektronicawinkel. Na een uurtje uitproberen had ik de plek en de juiste magneet gevonden waar de afwijking gecompenseerd leek. Het werd een plek recht achter het kompas. Op deze plek heb ik een roestvrij stalen plaatje met een gleuf gemonteerd. In die gleuf schuift een plastic dopje waarin de magneet gelijmd zit. Door het dopje op en neer te schuiven wordt de invloed van de magneet sterker of zwakker. Een kleine verschuiving geeft al een groot verschil. Millimeterwerk dus. Maar de afwijking van het kompas lijkt nu weggehaald, althans de direct merkbare afwijking. Het kompas geeft geen hinderlijke afwijking meer aan.
Ik denk dat ik hiermee de permanente afwijking in langsrichting voldoende heb gecompenseerd.


Het plastic dopje met magneetje blijft verstelbaar.

Voor nauwkeurig navigeren op het kompas blijft professioneel stellen en het gebruik van een deviatietabel noodzakelijk. Maar doet iemand dat nog, in onze tijd met drie GPS-en aan boord?

vrijdag 10 juni 2011

In de Øresund


De Øresundbrug tussen Kopenhagen en Malmö

Een vierde verhaal uit de serie "naar de Oostzee" uit de vakantie 2010.
Voor deel 3 zie Van Kiel naar Ystad


Van Ystad naar Snekkersten, week 4 uit onze vakantie 2010

Eigenlijk hadden we het plan om vanuit Ystad verder te varen richting Zweedse oostkust. In Ystad hebben we letterlijk het roer omgegooid. Een eerder opgelopen tennisarm gaf veel hinder en ik had voor lange vaartochten even geen puf meer. Er was dichtbij nog zoveel te ontdekken wat we niet gezien hadden. We waren eerst nieuwsgierig naar de Øresund, het water tussen Denemarken en Zweden. Daarna zouden we wel weer verder zien.


De veerboot van Trelleborg naar Rostock vertrekt voor ons langs

Vanuit Ystad kan de Øresund, of kortweg ook Sund genoemd, bereikt worden door langs het Falsterbo Rev te varen. Je volgt dan de grote scheepvaartroute. Veel korter kan het ook, door het Falsterbokanal. Dit korte kanaal heeft wel een sluis, maar die staat vaak open. De klapbrug over het kanaal wordt op vaste tijden bediend. Het is een heel comfortabele route. Aan de noordzijde is ook nog een jachthaven. Wij kozen om in Limhamn bij Malmö aan te leggen. Vanuit de marina is er een prachtig uitzicht op de nieuwe Øresundbrug. Ik had hier industrie verwacht. Die was niet meer aanwezig.


De Øresundbrug is echt indrukwekkend!

Vanuit Limhamn kan je meerdere kanten op, oversteken naar Kopenhagen of verder de Sund in. Wij kozen voor een oversteek om aan de kust boven Kopenhagen een haven op te zoeken. Dat werd Vedbæk. Vanuit Vedbæk is Kopenhagen per trein ook makkelijk te bereiken. Achteraf zouden we voor Kopenhagen zelf kiezen!


23 juni, Midzomernachtfeest, op de wal en op het water wacht men in Vedbæk op het onsteken van het vreugdevuur


Uiteraard mag een bezoek aan Kopenhagen niet ontbreken

We wilden ook Helsingør bezoeken zonder de jachthaven aan te doen. We zijn in Snekkersten blijven liggen. Dat is een ontzettend leuk haventje. Vanuit Snekkersten is Helsingør per fiets te doen, maar ook hier rijdt de trein.


Een vissersboot met herkenbare rompvorm vaart de haven van Snekkersten binnen


Wij genieten van dergelijke plekjes: Snekkersten bij Helsingør

De Øresund is niet erg breed en beschutting is altijd wel te vinden. Er zijn veel jachthavens en er is veel te zien. De vele villa's en landhuizen geven aan dat deze kust aantrekkelijk is voor de welgestelde Deen. In de vakantietijd kan het hier druk zijn.



De Deense kust tussen Snekkersten en Helsingør, aan de overkant het nabije Helsingborg in Zweden

Helsingør is ook bekend door het Kronborg Slot aan het water. Vanuit Snekkersten zijn we langs het Slot het Kattegat opgevaren. Daarover in het volgende deel meer.
Voor deel 5 zie Snekkersten-Odden Havn



Het Kronborg Slot in Helsingør

woensdag 8 juni 2011

Via Vordingborg en Rødvig naar Ystad


De steilkust van Rødvig

Een derde verhaal uit de serie "naar de Oostzee" uit de vakantie 2010.
Voor deel 2 zie Door de Duitse Bocht


Van Kiel naar Ystad, week 3 uit onze vakantie 2010

Vanuit Kiel kan je op meerdere manieren naar de Zweedse zuidkust varen. Wij kozen om Vordingborg aan te doen en tussen de eilanden Sjælland en Møn door te varen.
Vanuit Kiel hebben we eerst de oversteek naar Langeland gemaakt en zijn doorgevaren tot Spodsbjerg. Bij een stevige westenwind zit je bij Spodsbjerg heerlijk in de luwte. Een verademing als de oversteek wat ruig is.


De Grote Belt voor Spodsbjerg

Vanuit Spodsbjerg is de Grote Belt snel over te steken en kom je via het Smalands Fahrwasser bij Vordingborg. In Vordingborg kom je dan uit bij een beweegbare brug. Dat gaat toch iets anders dan in Nederland. Men kent eigen brugseinen. Er wordt aangegeven met een combinatie van rode lichten welke richting eerst door de brug mag. Kijk in de Pilot welke combinatie voor u geldt. De brugwachter kan voor een brugopening opgeroepen worden. Maar meestal ziet hij u wel. Een andere mogelijkheid is het hijsen van de seinvlag N (blauw-wit geblokt). De denen varen daar soms continue mee.... Zou een theedoek ook gaan? Wij hebben dat niet geprobeerd.
De brugopeningen worden bepaald door het treinverkeer. De tijden in de pilot kunnen daardoor afwijken. Er staat tussen de eilanden soms een behoorlijke stroom. Het wachten in de stroom voor de brugopening gaat gauw vervelen!
Na de brug wordt de jachthaven in Vordingborg bereikt via een smalle en ondiepe geul. Wij hebben hier 1,60 m gemeten! Maar dan kom je in één van de mooist gelegen havens!


De haven van Vordingborg

In Vordingborg zijn de winkels vlakbij. Aan de andere zijde van het centrum ligt het treinstation. Tussen centrum en haven is een hoog gelegen en door een oude muur omzoomd grasveld waar het bij mooi weer erg goed toeven is. Hier stond vroeger een slot. Wij zijn een extra dag in Vordingborg blijven liggen om alles goed te beleven.


Gezicht op de oude stadsmuur

Na Vordingborg begint een tocht door smalle vaargeulen tussen de eilanden Sjælland en Møn. Maar de geulen zijn goed aangegeven. Hier is varen genieten van het landschap.


Petersværft


Na een tankstop in Kalvehaven

Bij het verlaten van de geul in de Fakse Bugt wordt je bij mooi weer verrast door helder turquoise water. Er is in de bodem veel kalk aanwezig. Bij zonnig weer is het hier echt genieten. De oversteek naar Rødvig is dan nog maar kort. Rødvig is ook het aanlopen waard. Al is de jachthaven niet al te groot en gauw vol met passanten.


De Forever in Rødvig

Dan komt de oversteek naar Zweden. Hier kruis je de drukke scheepvaartroute uit de Sund. Tussen Rødvig en Trelleborg passeer je een soort rotonde voor de grote vaart, om de lichtoren Falsterborev. Ik heb bij de havenmeester geïnformeerd of jachten hier bepaalde vaarroutes moeten aanhouden. Hij adviseerde gewoon een rechte lijn door de rotonde naar de overkant. Voor de zekerheid heb ik de rotonde aan bakboord laten liggen en de routes loodrecht gekruisd. Bij een drukke vaart is dit altijd de juiste methode.
Onder Zweden hebben we Trelleborg links laten liggen en zijn direct daarna aangemeerd in Gislovs Läge, een aanrader! Een klein dorpje aan zee met een mooie haven. Een klein supermarktje is in de buurt. Naast de haven begint het typische smalle zandstrand. Hier komen we zeker nog eens terug.


Gislovs Läge

Daarna is het de kust volgen en een volgende haven kiezen. Wij kozen voor Ystad. In Ystad is de verfilming van Henning Mankell's Wallander opgenomen. Wij zijn een grote fan van Wallander en Ystad was dus een "must". De havenfaciliteiten zijn echter niet in verhouding met de stad. Een wat geïmproviseerde steiger geeft enkele tientallen passantenplekken. Het kan hier nog veel drukker worden!


In de jachthaven van Ystad

Ystad zelf is het bezoeken waard. Een rustige maar wel gezellige stad. Jammer dat uitgerekend tijdens ons bezoek een kermis op het haventerrein was neergezet. De house-dreun gaf de doorslag om de volgende morgen weer gauw te vertrekken. En dan is het in de rust op het wijdse water weer dubbel genieten.


Ystad, Lilla Västergatan

Voor deel vier zie: Ystad-Snekkersten, in de Öresund

zondag 5 juni 2011

Door de Duitse Bocht

Een tweede verhaal in de serie "Naar de Oostzee".
Voor het eerste verhaal zie Planning vaartocht naar Denemerken


Kaart vakantie 2010 week 2 (Lauwersoog-Kiel)

Voor een tocht naar het Nord-Ostsee-Kanal moet je door de Duitse Bocht. Tenzij je geheel binnendoor kan. Onze motorsailer steekt 1,50 m diep en heeft een kruiphoogte van 2,80m. Dat is net te veel voor het kanaal tussen Bremerhaven en Ottendorf aan de Elbe. Met 1,40 m diepgang en 2,70 m kruiphoogte zou dat net gaan. Het Ems-Jade-Kanal tussen Emden en Wilhelmshaven is voor ons wel te doen, zie Ems-Jade-Kanal

De meeste schippers hebben min of meer schrik voor de Duitse Bocht. Dat is terecht! Bij sterke wind ontstaat hier een wilde zee. Wij houden ons aan de volgende uitgangspunten. Wij rekenen altijd met 1 Bft windkracht meer dan voorspeld. De verwachting mag voor ons niet meer zijn dan:

3 Bft bij tegenwind.
4 Bft bij halve wind.
5 Bft bij wind achter.

En wij willen niet meer dan 4 Bft wind tegen stroom!
Alle andere voorspellingen betekenen voor ons: Wachten!

Route over zee


Route langs de verkenningstonnen
Voor alle foto's en kaarten geldt: aanklikken voor vergroting.


Bij goede weersomstandigheden varen wij geheel buitenom. Wij kiezen daarbij het liefst voor een vertrek uit Lauwersoog. Wij kunnen met gestreken mast Lauwersoog bereiken via de Lits-Lauwersmeerroute. De drukke staande-mast-route via Leeuwarden en Dokkum hebben we wel gezien. Een alternatief is om bij Vlieland het zeegat te kiezen, maar dat levert voor ons geen tijdwinst op, alleen maar een langere vaarweg over zee.

De nieuwe aanlegsteigers in de buitenhaven van Lauwersoog zijn een grote verbetering. Daarmee wordt de druk op de relatief kleine sluis naar het Lauwersmeer verkleind. Belangrijker is nog dat je nu ook 's nachts in Lauwersoog kan aankomen of vertrekken. Voorheen kon dat alleen vanuit de vissershaven met alle problemen van dien. Je ligt aan de buitenkant nog niet voor de gezelligheid. En in de nacht van zondag op maandag vertrekt de vissersvloot, dat merk je!


De nieuwe jachthaven in Lauwersoog - buitenhaven

Vanuit Lauwersoog was in 2010 het Plaatgat ten noorden van Schiermonnikoog nog te gebruiken. Vanaf 2011 is dit niet meer betond vanwege verzanding. Wat overblijft is het Westgat, een stukje om en mogelijk een stukje extra tegen de wind in.


Schiermonnikoog gezien vanuit het Westgat

Langs de kust kiezen wij voor een route langs de verkenningstonnen. Wij hebben elke ton in de GPS staan en varen van ton naar ton. Bij Norderney maken we de keuze: aanleggen voor een overnachting of in één keer door.
Bij een weersomslag zijn er een paar uitwijkmogelijkheden. Borkum is via de Westerems goed aan te lopen. Wilhelmshaven via de Jade.
Bij Norderney wordt het lastiger. Bij een wilde zee is het in de Schluchter moeilijk. In het oostelijker gelegen Dovetief hebben wij nog nooit hinder ondervonden, maar er zijn slechtere ervaringen.
Het ver in zee liggende eiland Helgoland is altijd aan te lopen.


Langs de verkenningston Riffgat met op de achtergrond Borkum

Aanlopen van de Elbe


Het kruisen van de scheepvaartroutes Jade, Neue Weser en Alte Weser

Voor het aanlopen van de Elbe moet je drie scheepvaartroutes oversteken: De Jade, de Neue Weser en de Alte Weser. Veel schippers kiezen hier voor een rechte lijn naar de ton Westertill-N, zie kaartje. Wij kiezen meestal om de scheepvaartroutes stuk voor stuk te kruisen, ten zuiden van de wachtplaatsen voor de scheepvaart. Bij slecht zicht weet je dan waar je een schip kunt verwachten.

De Elbe is een zeer drukke scheepvaartroute. Wij moeten daar weg blijven! De recreatievaart moet gebruik maken van de ruimte tussen de tonnen en de vaste lichtopstanden. Ook in tegengestelde richting maakt iedereen hier gebruik van. Of dat wettelijk is toegestaan weet ik niet, maar alle schepen doen dit, inclusief vissers, loods- en politieboten. Uitkijken is hier het devies. De ruimte is voldoende, maar er is een steile oever naast de geul. De Duitse kustwacht controleert de bewegingen van de vaartuigen. Hou je aan de regels, laat duidelijk zien wat je wilt en luister de marifoon uit. Dan heb je geen enkel probleem.


Een stukje Elbe-monding met tussen de groene tonnen en de groene lichtopstanden de vaarroutes die kleine schepen nemen.

Hou er ook rekening mee dat er een forse stroom staat. Tegen de stroom in varen schiet niet op. Plan je tocht daarom goed. En ook belangrijk: wind tegen stroom geeft hier een extra hoge zee.

Enkele opmerkingen bij Cuxhaven: De grote haven van de zeilvereniging is goed aan te lopen maar er staat een sterke stroom voor de haven. Ook in de haven moet je rekening houden met het in- of uitstromen van het water. De boxen liggen hier dwars op de stroom. En vergeet niet een keer in het havenrestaurant te eten!
Bij langere tijd slecht weer is de haven overvol door wachtende zeegangers. Er is nu een alternatief. Een door ons nog niet uitgeprobeerde haven is halverwege Cuxhaven en Brunsbüttel, de nieuwe ingerichte jachthaven bij Neuhaus.
In andere Elbe-havens bij Ottendorf en in Brunsbüttel lig je bij eb in het slik.
Er zijn in Cuxhaven ook nog enkele kleinere jachthavens. (In 2012 hebben wij overnacht in de Americahaven, zie het bericht Uitwijken naar Accumersiel )


Cuxhaven

Route via het Memmert-Wattfahrwasser.


Het is goed mogelijk om vanuit Nederland Norderney via het wad te bereiken. Dat kan door vanuit Delfzijl twee maal een wantij over te steken. Via de Osterems en het Memmert-Wattfahrwasser ten zuiden van Juist. Zie bijgaande kaart. Regel is: het tweede wantij met hoogwater passeren. Reken daarbij wel met gedeeltes flinke stroom tegen. In oostelijke richting op de Ems en de Osterems, in westelijke richting in de Memmertbalje. Vanuit Borkum is de route korter.

Tussen de beide wantijen kan uitgeweken worden naar Greetsiel. Voor wie daar nog nooit geweest is: Beslist een keer doen. Greetsiel ligt aan getijdevrij water. Daarvoor moet je wel door een bepaald niet comfortabele zeesluis. Voor wie dat gedaan heeft opent zich een mooie haven met een kleurrijke vissersvloot.


Greetsiel

Het Memmert-Wattfahrwasser is smal. Hierdoor vaart de veerboot naar Juist met volle snelheid vlak langs je eigen boot. Dat dat even "schommelen" betekent hoef ik niet uit te leggen. Verder hebben wij nooit problemen gehad. Het wantij is met staken "betond".

Wij hebben al eens de route in westelijk richting bij NW 7 Bft gevaren. Het eiland Juist ligt als een dijk voor de route. Problemen kregen we op de Osterems en de Ems. Hier bouwde zich een steile zee op. Door het wilde water waren de relatief kleine tonnen op het wantij nauwelijks te zien.


Iedereen overkomt wel eens wat, zo ook de Forever in 2009 en uitgerekend bij het binnenlopen van de sluis in Lauwersoog. De keerkoppeling sloeg vast in de vooruit. Om het varende polyester voor onze boeg te sparen heb ik het remmingwerk van de sluis "gebruikt". Het deed zijn naam eer aan! Toevallig lag de "Gebr. Luden" in de sluis. De stoere mannen staken een helpende hand toe.

Tot zover onze opmerkingen over de Duitse Bocht. Ik blijf dit stukje nog bewerken. Elke aanvulling is welkom.
Zie ook de berichten uit 2012: Met 6 Bft in de Duitse Bocht en Uitwijken naar Accumersiel

Voor het vervolg op de route zie deel 8 Nord-Ostsee-Kanal
Of deel 3 Kiel-Ystad